400 jaar Kaap Hoorn

Gerti 17-06-2015

Ze moeten moedig zijn geweest, de mannen die zich verzameld hadden in de Oosterkerk. Ze zouden alles achter laten, zelfs hun vrouw en kinderen. Voor wat? Misschien kwamen ze nooit terug, hun schip zou kunnen vergaan in een storm of overvallen worden door piraten. Ook honger en dorst lagen op de loer om maar niet te spreken over de Spanjaarden die veel van de landen overheersten waar ze langs zouden varen. Zou de wereld inderdaad rond zijn? Of liepen ze toch het risico dat ze er af zouden vallen? 

Maar ja, wat moest je dan als je niet op het land wilde werken. Isaac le Maire die wegens malversaties uit de VOC was gezet,  organiseerde met de Hoornse regenten een expeditie ter verkenning  van  het Zuidland.  Ze kochten twee schepen, de Eendracht en de Hoorn, en hadden snel genoeg bemanning. Zonder de toestemming van Staten-generaal en aanbevelings-brieven van Prins Maurits voor deze ontdekkingsreis, had Le Maire deze onderneming niet kunnen doen. Voorwaarde was wel  dat er geen inbreuk zou worden gemaakt op eerder verleende concessies aan de VOC, zoals routes via  Kaap de Goede Hoop of Straat Magelhaen. Toen was daar het moment. Ze gingen op zoek naar het mythische Zuidland. Zou het bestaan?

Het Houten Hoofd, de kade, stond vol met achterblijvers; vaders, moeders, vrouwen en kinderen. Terwijl de mannen de schepen opgingen werd er gezwaaid met zakdoekjes. Zouden ze hun geliefden ooit terug zien? De wind bolde de zeilen en de schepen kwamen in beweging. Het gehuil van de thuisblijvers droeg lang over het water, maar uiteindelijk ging het op in het klotsen van de golven. Ze gingen naar Texel om daar te wachten op goede wind. En die kwam, God had hun gebeden verhoord. Op 14 juni 1615 was het eindelijk zo ver, ze vertrokken en stonden aan het begin van een ontdekkingsreis. Of was er iemand aan boord met een andere missie? De schippers, gebroeders Schouten, waren ervaren durfallen, de gebroeders Le Maire, geslepen kooplieden. Zij en de stuurlieden waren de enigen met een eigen “toilet”. De overigen, van bootsman tot matroos, maakten gebruik van het allemanseind dat schoongespoeld werd door het zoute zeewater.  Was de avonturendrang groot genoeg om de handelsgeest en de wraakgevoelens van Le Maire tegenover de VOC te dempen?

Na maanden op zee slonk de voorraad bier. De levende dieren die waren meegegaan, waren allang tot en met het laatste restje vet en vlees opgegeten. Wekenlang leefden de opvarenden op bonen en gezouten spek, het vulde de maag, maar het vitaminetekort werd groter en groter. Beelden van opgezwollen ledematen en tanden die uitvallen, kenden ze allemaal. Het waren tekenen van de gevreesde scheurbuik. Gelukkig werd er vis gevangen en een regenbui leverde weer wat drinkwater op. De bemanning was gewend aan de continue schommeling van het schip. Als ze het haalden zou het wennen zijn om weer met beide benen op de grond te staan. Ze zouden hun slaaptekort in kunnen halen, het  wachtlopen was dan voorbij zo ook de mogelijkheid dat ze uit hun slaap gehaald werden met “alle hens aan dek”. Helaas vloog de Hoorn, tijdens het schoonmaken in een baai, in brand en ging verloren. Niemand raakte gewond, maar iedereen moest verder op  de Eendracht.

De zon was heet op hun bedekte hoofden en weerkaatste in het water waardoor het zicht werd vervormd. Maar ineens doken er rotsen op. Le Maire en Schouten keken door hun telescoop. “Land in zicht!” Het vermoeden werd bevestigd, het rotsachtige eiland voor hun neus bestond echt! Ze hadden niet alleen nieuw land gevonden, maar tevens een nieuwe route naar Indië. De koopmannen zouden geen last meer van de VOC en hun vastgestelde routes hebben. Maar wat de opvarenden niet wisten, was dat de VOC lucht had gekregen van hun reis en de opdracht had verstrekt om de schepen bij aankomst in Indië te confisqueren.Maar op het moment van de ontdekking had de bemanning daar nog geen idee van. Zij dronken op het bestaan van het eiland. Terwijl de cartografen aan het werk gingen, werden de laatste druppels bier aangelengd met regenwater om te proosten op hun ontdekking. Onder luid gejuich tekenden zij het eiland op de kaart.  e verdere reis naar Indië, via deze nieuwe route, kon beginnen!  ‘s Avonds schreef Schouten in zijn scheepsjournaal met erboven de datum 29 januari 1616: "twelck [dat is: de kaap] onse president ter eeren des stadts van Hoorn noemde Capo Hoorn". Bij thuiskomst zou er een andere kaart uitgegeven moeten worden met  nieuw land erop;  Kaap Hoorn.