Op zoek naar de Gouden Eeuw in Haarlem

Gerti 21-05-2019

Op 15 mei 2019 zijn wij naar Haarlem geweest, om onze tocht Op zoek naar de Gouden Eeuw te vervolgen. Wat is er in Haarlem nog te vinden over de Gouden Eeuw, en hoe is Haarlem zo’n grote en rijke stad geworden?

Het Verdrag van Veere

Als ik aan Haarlem denk, denk ik aan de 80 jarige oorlog. Hoe is Haarlem na deze mindere periode toch in de Gouden Eeuw terecht gekomen? In 1573 viel de vesting Haarlem na een maandenlange Spaanse belegering.  Deze periode staat bekend als het beleg van Haarlem. Tijdens deze bezetting leed het volk onder honger, ziekten en Spaanse strafmaatregelen tegen aanhangers van de reformatie zoals ophanging en verbranding. Door het beleg van Haarlem, werd de stad Katholiek.

Drie jaar later was er een grote stadsbrand in Haarlem, die een kwart van Haarlem in de as legde.In 1577 verlieten de Spanjaarden Haarlem, nadat het Verdrag van Veere was gesloten. In dit akkoord stond dat de Spanjaarden Haarlem moesten verlaten, op voorwaarde dat er gelijkheid zou zijn tussen de Katholieken en Protestanten.Haarlem had het in deze tijd zwaar te verduren, en diende hierom in 1581 een schadeclaim in bij de Staten van Holland. Dit deden ze voor de schade die de stad had geleden onder het beleg en de stadsbrand. Haarlem kreeg als vergoeding alle in beslag genomen bezittingen van de Katholieke kerk. Dit leverde geld op voor Haarlem om de stad te herstellen.

De Gouden Eeuw

Nadat de rust in de stad was teruggekeerd kwamen er veel Franse en Vlaamse immigranten naar Haarlem. De Haarlemmers waren hier blij mee, omdat deze immigranten weer nieuwe kennis en contacten hadden, waar de Haarlemmers gebruik van konden maken. De bevolking van Haarlem groeide tot 40.000 inwoners in 1622 en 55.000 inwoners aan het einde van de 17e eeuw. Van 1635 tot 1637 woedde er in Haarlem een pestepidemie waaraan een kwart van de bevolking bezweek.

 

Belangrijke personen uit Haarlem

Kenau

Al aan het begin van de 17e  eeuw ontstonden er verhalen over een erg moedige vrouw genaamd Kenau, die de Haarlemmers hielp tijdens het beleg van Haarlem. Een in het Latijn geschreven ooggetuigenverslag uit Delft maakte in het bijzonder melding van een zekere Kenau die uitblonk in haar inzet om aarde naar de stadswallen te dragen om deze te repareren. Over wat Kenau precies voor de stad heeft betekend, is weinig bekend. In ieder geval bleek het een vrouw te zijn met een krachtig karakter, die hielp om de stad te verdedigen.

Frans Hals

Frans Hals was een van de belangrijkste Nederlandse schilders. Voor zover wij weten heeft Frans Hals zijn hele leven in Haarlem gewerkt.  Frans Hals is geboren in Antwerpen, maar kwam in 1586 met zijn ouders en hun gezin naar Haarlem net als veel mensen uit Frankrijk en Vlaanderen. Waarschijnlijk omdat zijn gezin Protestants was. In 1603 begon Frans Hals als leerling van de eveneens Vlaamse immigrant Carel van Mander. In 1610 werd hij lid van het schildersgilde van Haarlem. Frans maakte in zijn leven vele werken, en stond bekend om de manier waarop hij schilderde. Het lijkt er namelijk op alsof het moment zo uit de tijd is gegrepen. Een gekreukelde mouw, of slordig haar bijvoorbeeld. In Haarlem vind je op het grote plein ook het Frans Hals museum, waar je een collectie kunst uit de 17e eeuw kunt bewonderen. Daarnaast richt dit museum zich ook op moderne kunst van de 20e en 21e eeuw.

Bier en wonderolie

Haarlem staat bekend om een aantal beroepen die men in de gouden eeuw uitvoerde. Tegenwoordig wordt hier nog op in gespeeld, zoals bijvoorbeeld het in ere houden van de naam bloemenstad. Belangrijke bronnen van inkomsten in deze tijd in Haarlem waren bier, textiel en tulpenbollen. Haarlems bier scheen zo goed te zijn, door het pure water uit de Spaarne, dat mensen uit Antwerpen liever bier zouden drinken uit Haarlem dan uit Antwerpen. Ook was er Haarlems wonderolie,dat na meer dan 300 jaar nog steeds wordt verkocht over de hele wereld. Het recept is een goed bewaard geheim.

Werken op zondag

Al in 1662 was er strijd over of er op zondag handel gedreven mocht worden. Haarlem verbood toen het baardscheren, pasteibakken en braden op zondag. Waarom juist deze activiteiten? Later mochten activiteiten pas na 13:00 plaats vinden zodat iedereen ’s morgens in de kerk zou zitten. Dit is het begin van wat uiteindelijk eeuwen later tot een algehele zondagsrust leidde. Ook nu is de zondagsrust in sommige gemeenten nog heel actueel.

Muggen en heksen

Haarlemmers worden ook wel muggen genoemd. Hierover doen ook weer veel verhalen de ronde. De meest voor de hand liggende reden is dat rondom Haarlem vroeger veel muggen waren doordat er veel veen- stilstaand water -was. Ook gaat er een verhaal rond waarin wordt verteld over een heks die boos was op de mensen van Haarlem. Waarom? Geen idee. Ze dreigde de bewoners in muggen te veranderen, zodat ze allemaal als muggen rond de Bavokerk zouden vliegen.

Hofjes

Haarlem telt maar liefst vierentwintig hofjes. De toegang tot deze hofjes gaat vaak door een poort vanaf de zijde van de straat.  Dit is typische 17e eeuws. Rondom deze hofjes treffen wij woningen aan. Wanneer je besluit om Haarlem te bezoeken, zijn de hofjes zeker een aanrader.

De Gouden Eeuw in de vleeshal

Sinds 1386 stond er in Haarlem een vleeshal. Dit was voor de mensen handig, dat alles op één punt was. Hierdoor konden ze namelijk het vlees en de kwaliteit vergelijken. Maar ook de keurmeesters voor de overheid konden zo handiger controleren. Door de snelle groei werd de vleeshal al gauw te klein, er mochten ook kraampjes voor de vleeshal staan. Helaas bleek dit in de zomer niet zo’n succes. Het vlees bedierf door de warme zon. Het werd tijd voor een grotere vleeshal. Daarom werd Lieven de Key door het stadsbestuur gevraagd om een ontwerp te maken voor een nieuwe vleeshal. Lieven de Key had twee ontwerpen gemaakt, het stadsbestuur koos voor het mooiste en duurste ontwerp. Eind 1604 namen de slagers hun intrek in het gebouw. De slagers waren alleen niet zo blij met de hoge huur die ze moesten betalen om in dit prachtige gebouw te mogen verblijven. Voorheen kostte het namelijk 6 gulden per jaar om in de vleeshal een plekje te huren, maar in de nieuwe vleeshal 30. Uiteindelijk werd er 16 van gemaakt.